Als mijn schoonmoeder nog geleefd had zou zij zich zorgen hebben gemaakt om haar kinderen, en op dit moment vooral om haar beide zonen.
Op alle mogelijke manieren hadden zij, mijn schoonvader en schoonmoeder geholpen waar ze ook maar konden helpen.
Maar misschien is het maar goed dat zij het allemaal niet meer mee hoeven te maken.
Toch was daar op eens mij schoonmoeder, niet echt natuurlijk, maar via een kleinootje dat onze oudste dochter ooit van haar als kind had gekregen.
Ooit had onze dochter een poppetje gekregen van mijn schoonmoeder, toen ze nog op de lagere school zat, met de boodschap dat het een poppetje was dat de zorgen zou wegnemen, en geluk zou brengen.
Zorgenpoppetje
Begin deze week kregen we dit poppetje in de handen gedrukt,(we wisten niet eens dat ze dit poppetje had bewaard), met de medeling, dat we dit poppetje nu goed konden gebruiken, en grapte ze erbij…….het is ingestraald door oma.
Er hangt een legende aan vast aan het Zorgenpoppetje/Worry doll
Zorgenpopje legende:
Volgens de legende van de Maya’s in de hooggelegen bergdorpjes van Guatemala, kun je wanneer je een probleem hebt dat aan een Zorgenpoppetje vertellen. Voordat je naar bed gaat vertel je je problemen aan het Zorgenpoppetje, daarna leg je het poppetje onder je kussen. Terwijl je slaapt zorgt het Zorgenpoppetje ervoor dat je problemen verdwijnen!
Wel heel mooi deze legende, en zo leuk dat onze dochter met dit poppetje kwam aanzetten, of het helpt geen idee, maar het geeft wel een goed gevoel.
Mede daardoor galmt ondertussen wel een uitspraak van mijn schoonmoeder weer steeds door mijn hoofd.
” Ti’s nog nooit zo donker gewest of het wordt wel weer licht.”
Ede Staal uit de geboortestreek van mijn schoonvader zong er een mooi lied over.
Eindelijk we hadden we gisteren de wandelschoenen weer aan.
Na de bewuste dag in april, dat manlief te horen kreeg dat
spreekwoordelijk het politieke doek voor hem gevallen was, kwam er In
ieder geval van het wandelen in de bossen en op de heide op de 1 of
andere manier niets meer terecht.
Maar gistermorgen liepen we weer door de bossen en op de heide van het Deelerwoud, in de buurt van Hoenderloo.
Het was het mooiste weer van de wereld, en omdat er toch geen regen voorspeld was lieten we de jassen in de auto.
Toen we de auto parkeerde bij het tunneltje dat onder de A50
doorgaat, zagen we dat het hek openstond. Het is toch een kleine moeite
om achter je rug dat hek dicht te doen, want je wil toch niet op je
geweten hebben dat er wild op de rijbaan komt. Maar gelukkig is er een
soort van sluis, en is er nog een tweede hek, waar je doorheen moet, en
die zat gelukkig dicht.
Wat had ik dit gemist, en wat zag het er weer mooi uit met al dat
bloeiende Vingerhoedskruid en Jakobskruiskruid vol met rupsen van de
Sint-jacobsvlinder.
Roodborsttapuit – Saxicola rubicola
Een prachtige Roodborsttapuit man hield ons angstvallig in de gaten, en een eindje verderop begonnen 2 Boompiepers tegen elkaar op te zingen.
Overal vlogen de Hooibeestjes op, en elke keer weer ben ik verbaast
over de naam van dit mooie vlindertje, want ik vind de naam niet echt
passen bij een vlinder. Ook een aantal Grasmotten,en
Zilverstreepuiltjes (nachtvlinder) lieten zich bewonderen.
Heideringelrups - Malacosoma castrense
Toen we al een eind gelopen hadden zag ik ineens 2 prachtige grote
rupsen, nog nooit eerder daar gezien, terwijl het toch rupsen zijn die
op de heide leven, en ook nog eens daar naar vernoemd zijn namelijk de
Heideringelrups . En in het echt zijn ze bijna nog mooier dan op een
foto, wat een kleuren!
Overal vonden we verse mest van Edelherten, en die mest werd bestormd
door de Mestkevers. Overal kwamen die vandaan vliegen, en je vraagt je
af hoe het komt dat ze het weten dat daar op die bepaalde plek mest
ligt.
Nog een eind verderop lag een Hazelworm op het pad zich op te warmen
in de zon. Manlief zag de Hazelworm liggen, die heeft er echt een oog
voor. In eerste instantie denk je dat er een slang ligt, maar het is een
pootloze hagedis, die zich meestal goed onder bladlagen of tussen de
heide verschuilen.
Hazelworm-Anguis-fragilis
De meeste kans om ze te zien is in de maand mei, omdat ze dan het
meest op open plekken aan het zonnen zijn. Dit was dus een mazzeltje, en
helemaal voor een echtpaar die een eindje verderop stonden, en die ons
uitvoerig bedankte voor het feit dat wij hun attent hadden gemaakt op de
aanwezigheid van het reptiel.
Het lopen voelde goed, dus we maakte de wandeling iets langer dan we
aanvankelijk van plan waren. Bij Snakealley, zo genoemd door ons omdat
we daar voor het eerst een Adder zagen, was er zoals meestal het geval
is, ook deze keer geen slang te bekennen, maar je blijft hopen.
De lucht boven ons bevatte steeds meer wolken, maar het zag er niet
naar uit dat het snel zou gaan regenen. In de verte was de Koekoek aan
het roepen, en boven ons hoofd leken 2 Raven een verschil van mening te
hebben. Even later ging 1 Raaf in
een boom zitten, met heel veel kabaal, terwijl de andere Raaf nergens
meer te bekennen was. En zo liepen we verder genietend van de
betrekkelijke rust. Want nog niet heel veel mensen waren we tegen
gekomen. Vlak voordat we de heide afliepen begonnen er allemaal
Heideblauwtjes(dagvlinders) rond te vliegen. En voor we het in de gaten
hadden werd de lucht alsmaar donkerde. We konden nog net op tijd de rand
van het bos bereiken, en toen barstte de bui al los.
Onze jassen lagen ongeveer 4 km verderop in de auto te liggen, maar
gelukkig boden een boom, en een klein opvouwbaar parapluutje wat
bescherming. Hier gelukkig geen Regendazen. Als de camera’s maar niet
nat werden, dat was voor ons het belangrijkste. Toen het van de regen in
de drup overging, besloten we om verder te lopen, en voor een aantal
Edelhertendames met in ieder geval 1 jong kwam dit als een verrassing.
Heel even stonden we op ongeveer 20 meter afstand (voor ons gevoel)
bijna oog in oog met de prachtige dieren, en het andere moment waren ze
alweer geruisloos in de begroeing verdwenen. Geen tijd om een foto te
maken, maar dat moment vergeet je niet snel meer.
Bij de auto aangekomen bleek weer het hek open te staan. Ik snap dat
niet als je een hek kunt openmaken, dan kun je het ook weer dicht doen
lijkt mij. Maar misschien denkt men dat het hek vanzelf weer dicht valt.
Op de achterbank van onze auto lagen nog keurig netjes de regenjassen, die nog helemaal droog waren, in tegenstelling tot ons.
Maar al die nattigheid kon voor ons de pret niet drukken, we hadden
een heerlijke wandeling in een prachtig gebied achter de rug, en op
relatief korte afstand van ons huis, waar schone en droge kleren op ons
lagen te wachten.
Morgen is het 1 juli, en dan begint midden in de zoogtijd, de jacht op de Wilde Zwijnen weer. Heel veel vrienden van mij hebben nog nooit een Wild Zwijn in het wild gezien, en hopen steeds dat ze er ooit 1 zullen zien, in de buurt van Eerbeek op de Veluwe. Maar ja die kans is vanaf morgen weer erg klein.
De titel komt van het YouTube kanaal Borninfreedom die de actie is gestart.
Ik weet niet wat dat was van de week met het weer.
De afgelopen week een paar keer, door een flinke regen/onweersbui verrast.
De eerste keer dat mij dat overkwam was in het buitengebied van Brummen, daar is een mooi gebied ”de Kievit”.
Ik mag daar graag rondstruinen, op ontdekkingsreis in de insectenwereld.
Het is een gebied, waar de natuur nog een beetje haar gang kan gaan,
maar ook een gebied, dat doorkruist is door stukjes boerenland.
Vaak is de enige mens die ik daar tegenkom een boer die mest aan het
uitrijden is, of aan het hooien, en iemand die in dat gebied ook bijna
ieder iedere middag wandeld, maar die ik lang niet altijd tegenkom. Als
we elkaar tegenkomen, maken we meestal even een (natuur)praatje, en
stevast noemt hij mij Jaqueline.
Het gebied herbergt schatten, maar je moet er wel oog voor hebben, je komt daar soms wel hele bijzondere insecten tegen.
Zo vliegt daar ook de zeldzame Kleine ijsvogelvlinder rond, en die kom ik daar al jaren tegen.
Ook dit jaar had ik er al een paar rond zien vliegen, maar het lukte maar niet om er 1 op de foto te zetten.
Kleine ijsvogelvlinder – Limenitis camilla
Anders dan de naam doet vermoeden, is het best een grote vlinder, die
behoorlijk opvalt, tijdens het fladderen van bramenstruik naar boom,
omdat de onderkant lichtblauwig is. De onderkant zien is vaak het geval,
de vlinder bevind zich vaak hoog in de bomen, en valt daar op de 1 of
andere manier helemaal niet op. Maar op enig moment besluit de vlinder
gedreven door de honger om naar beneden te komen, en te snoepen van de
honing van de Bramenbloesem, en voor je het in de gaten hebt dat daar
een vlinder zit, vliegt de Kleine ijsvogel vlinder alweer de boom in.
Die middag hoopte ik dat het zou lukken om een foto te maken.
Maar helaas ik had steeds het nakijken, tot het moment dat het weer begon om te slaan.
Van het 1 op het andere moment begon het donker te worden, en ik
besloot om een schuilplek te zoeken. Die schuilplek vond ik onder de
bomen van een klein zijpad dat richting een maisakker liep. Tot mij
grote verbazing stonden daar 4 Edelherten, en dat was wel heel erg leuk,
omdat ik ze al een tijdje daar niet had gezien (De provincie Gelderland
”gedoogd” in dat gebied een groepje Edelherten van ongeveer 12 tot 14
dieren. Waarschijnlijk zijn de dieren ooit door de afzettingen van de
Veluwe heen gebroken).
Edelhert – Cervus elaphus
Het groepje had mij gelijk in de gaten, en besloot om het zekere voor
het onzekere te nemen en verdween geruisloos in het naast gelegen bos.
Het begon ondertussen te regenen en te onweren, en er kwam tot mijn
verbazing een Kleine ijsvogelvlinder bij mij in de buurt schuilen, dus
ik kreeg eindelijk de kans om foto’s te maken en hele korte video opname.
Ondertussen werd ik een feestmaaltijd voor de Regendazen die massaal
op mij afkwamen. Echte vampieren die vrouwtjes dazen met hun
vlijmscherpe mondstukken bijten ze zelfs door je kleding heen om van je
bloed te drinken, en hun beet is pijnlijk, en jeukt behoorlijk. In het
gebied vliegen verschillende soorten uit de Dazen familie (Tabanidae),
zelfs een zeldzame soort, namelijk de Beekgoudoogdaas. Het zijn best
mooie insecten met prachtige kleurrijke ogen. Niet alle dazen steken zo
snel als de Regendazen, de Goudoogdazen komen wel regematig op je arm
zitten, maar een steek blijft uit. De zeldzame Beekgoudoogdaas, heb ik
tot nu toe alleen maar op een blad zien zitten. De Regendaas dames zijn
echte aanvallers, ze hebben gewoon hun bloeddrankje nodig omdat de
eiproductie en eileg zoveel energie kost, en of dat bloed nu van mens of
dier komt, dat maakt niet uit.
Ook bleek bij thuiskomst dat een ander Vampierinsect, de Teek mij
gevonden had.
Schapenteek – Ixodes ricinus
Allemaal nimfen van de Teek die ondanks de dichte schoenen
en lange broek hun weg gevonden hadden.
De nimf van de Teek, die net als de volwassen Teek besmet kan zijn met de ziekte van Lyme. Dus
na een dagje Natuur Check op Teken en vergeet de NIMFEN niet ! Net
als een volwassen Teek kunnen die ook besmet zijn besmet zijn met LYME.
Een paar dagen later in dat zelfde gebied werd ik weer overvallen
door het weer. Ook die middag was het prachtig weer, Maar opeens vanuit
het niets waren ze er weer de Regendazen. Op dat moment had ik blote
armen, en ze hadden vrij spel. Maar als de Regendazen te voorschijn
komen, dan betekend dat ook dat er regen opkomst is. En dat was ook nu
het geval. Voor mij, was de lucht nog prachtig blauw, maar achter mij
begon het wel heel erg donker te worden, en even later begon het dan ook
te hozen.
Gelukkig kon ik schuilen in de auto van de bewuste kennis die daar
ook heel vaak wandeld (en daar ook heb leren kennen). Ook hij was
overvallen door de plotselinge omslag van het weer.
Op het moment dat manlief mij kwam ophalen, was de bui alweer bijna
over, en de Regendazen waren weer verdwenen. Wat dat betreft doen ze wel
hun naam eer aan.